Kind in Beeld

Kleinschalige antroposofische kinderopvang

Visie en Pedagogische uitgangspunten

Visie

Kind in Beeld biedt antroposofische kinderopvang aan kinderen van 0 tot 12 jaar. Doelstelling is het bieden van een plaats waar kinderen zich veilig, thuis en geliefd voelen, waar alle aandacht die zij nodig hebben aan hen wordt besteed en waarin zij zich harmonieus en gezond kunnen ontwikkelen tot kinderen die goed in hun vel zitten. Ieder kind mag zichzelf zijn en worden. We proberen datgene wat elk kind te bieden heeft (in deze levensfasen in aanleg) tot ontwikkeling te laten komen.

De basis van onze pedagogie is het antroposofisch mens- en wereldbeeld dat werd ontwikkeld door Rudolf Steiner begin 20e eeuw. In deze visie bestaat de mens uit lichaam, ziel en geest, die zich fase-gewijs een leven lang blijven ontwikkelen. Naast de zichtbare aardse wereld gaan we uit van een geestelijke wereld waar we vandaan komen en na onze dood weer terugkeren. De ontwikkeling van een individueel mens hangt samen met die van de gehele mensheid en de aarde.

Een kind is voor ons geen onbeschreven blad, maar iemand die ergens vandaan komt en op weg is ergens naartoe. Iemand die hier niet toevallig is, maar met bepaalde voornemens is gekomen. Wat het kind de wereld te bieden heeft en wat het nog wil leren is in aanleg al aanwezig. Pedagogisch medewerkers zorgen in de kinderopvang voor goede omstandigheden zodat wat in aanleg aanwezig is later echt te voorschijn kan komen.

Vanuit de antroposofie is (naast vele andere gebieden) op pedagogisch gebied veel ontwikkeld. Deze inzichten liggen ten grondslag aan onze pedagogische visie op kinderopvang.

Het antroposofisch mensbeeld gaat uit van ontwikkelingsfasen van steeds 7 jaar. Daarin ontwikkelt de mens specifieke vaardigheden op lichamelijk, psychisch en geestelijk gebied. In de kindertijd wordt de basis gelegd voor de verdere ontwikkelingsmogelijkheden in het volwassen leven. Het werken aan een gezonde basis heeft dus betekenis voor de rest van iemands leven.

In de eerste 7-jaarsperiode staat de ontwikkeling van het fysieke lichaam centraal. De organen worden nog gevormd en het lichaam wordt steeds meer bewoond door het kind. Dit is bijvoorbeeld te zien aan de motorische ontwikkeling: het kind krijgt steeds meer sturing over zijn bewegingen. Dit wordt ook wel ‘incarneren’ genoemd. Het bewustzijn ontwikkelt zich van het helemaal één zijn met de omgeving tot een ik-bewustzijn dat rond 2,5 jaar begint te ontwikkelen. Tegen de kleuterleeftijd is er ook een binnenwereld en is de fantasie volop aanwezig.

In deze fase leert het kind zichzelf en de wereld kennen door veelvuldig zelf te doen en na te doen. We scheppen daarom voorwaarden voor ervaringsgericht leren en we voeden vooral op door het goede voorbeeld te geven. Zo leven we normen en waarden voor.

Als deze eerste fase goed verloopt zit een kind lekker in zijn vel, voelt het zich thuis in zijn lichaam. Het heeft vertrouwen in zijn eigen kunnen en vertrouwt op zijn omgeving.

In de tweede 7-jaarsperiode staat de ontwikkelilng van een rijk gevoelsleven centraal. Het lichaam is eigen gemaakt en zelfs nu helemaal vernieuwd in de eerste zeven jaar. Nu krijgt het kind meer oog voor het sociale. Samen iets doen, een ineteresse met iemand delen en je daardoor verbonden voelen met de ander is iets dat in deze periode speelt. Vriendschappen sluiten, ruzie maken en weer bijleggen, verschillende gevoelens ervaren. Allemaal oefenterrein voor een rijk zieleleven.

Als deze fase goed doorlopen is dan ligt er een goede basis om het ‘ik’ verder te ontwikkelen in de puberteit.

Pedagogische uitgangspunten

Pedagogie en werkwijze

Ieder kind is een mens in ontwikkeling met een eigen geschiedenis en een eigen toekomst. Van een jong appelboompje weet je welke vruchten het zal dragen als het volwassen is. Bij een kind is het nog een raadsel welke ‘vruchten’ zijn volwassen leven zal dragen. De mens is uniek en iedere mens levert zijn eigen, unieke bijdrage aan de ontwikkeling van de mensheid.

De ontwikkelingsgedachte is misschien wel het belangrijkste gegeven uit de antroposofie waarmee we werken. We proberen het kind zoveel mogelijk in zijn ware wezen te zien en te begrijpen hoe het zich wil ontwikkelen: welke talenten en kwaliteiten draagt het in zich en welke eenzijdigheden wil het overwinnen? Met zulke vragen zoeken we naar een goede manier om het kind te begeleiden. Daarbij is overleg en samenwerking met de ouders en school belangrijk.

Open en positieve houding

Een open houding naar het kind laat ruimte voor ontwikkeling. We willen kinderen niet vastpinnen op waar ze moeite mee hebben of waar ze juist goed in zijn. Door oprechte interesse kan het kind de ruimte ervaren zich breed te ontwikkelen. Wanneer een kind zich in zijn kwaliteiten gezien voelt, werkt dit bemoedigend in zijn verdere ontwikkeling. Daarom kijken we bij de kinderen in het kinderdagverblijf in eerste instantie aandachtig hoe het kind zich ontwikkelt en zullen het bemoedigen, verzorgen, ondersteunen en ruimte geven tot het zelf aangeeft de volgende stap te kunnen zetten. En in de leeftijd dat zij naar school gaan spreken we de kinderen vooral aan op hun kwaliteiten.

Lerende houding

Ook wij volwassenen zijn nog in ontwikkeling. Met kinderen werken betekent in een tweezijdig proces van opvoeden staan. De persoonlijke ontwikkeling van de mensen die bij het kinderdagverblijf en de BSO werken is daarom belangrijk en wordt ondersteund. Daarnaast verdiepen we ons ook gezamenlijk in de antroposofie en de pedagogische literatuur in het bijzonder. De praktijk van alledag levert de thema’s die onderwerp van studie kunnen worden.

Aandacht

De dingen met aandacht doen voegt kwaliteit toe aan de sfeer en de omgangsvormen. De kwaliteit (of moraliteit, zoals sommigen ook zeggen) die we aan ons werk geven wordt overgenomen door de kinderen. Zo werkt de omgeving door tot in het lichamelijk en psychisch welzijn. Zeker bij de jonge kinderen!

Natuurlijke materialen / echte ervaringen

Kwaliteit en echtheid van materialen is belangrijk voor een gezonde ontwikkeling van de zintuigen. Speelgoed en inrichting zijn daarom van natuurlijke materialen. Ook de kleuren zorgen voor een harmonische omgeving.

Daarnaast vinden wij het van groot belang dat kinderen echte ervaringen opdoen. Wij zingen liever zelf een lied en laten dat niet over aan de cd-speler. Ook het zelf maken van bijvoorbeeld brood/appelmoes is zo’n echte ervaring. Zeker wanneer kinderen het hele proces meemaken. Of het maken van een blaaspijp in de tijd dat er besjes zijn en dan met elkaar een avontuur beleven, dat haalt het niet bij een schietspel op de computer!

Gezonde voeding

De kinderen krijgen bij ons biologische (en zo mogelijk biologisch dynamische) voeding.  Eerlijk voedsel is niet alleen gezond voor mens en aarde, het ondersteunt ook de zintuigontwikkeling.

Ritme in dag, week en jaar

Ritme, gewoonten en rituelen geven kinderen houvast in de tijd. Als je weet hoe de dag ongeveer verloopt, geeft dat rust. Je hoeft er als kind niet bij stil te staan. De opbouw van de dag heeft een vast verloop. De dagen van de week zijn herkenbaar aan bepaalde activiteiten. De seizoenen en jaarfeesten geven het jaarritme aan; de spelletjes, activiteiten en verhalen sluiten daarbij aan.

Aansluiten bij de ontwikkelingsfasen

De ontwikkeling van de mens voltrekt zich volgens van het antroposofisch mensbeeld in fasen van elk ongeveer zeven jaar. Lichaam, ziel en geest ontwikkelen zich in onderlinge afhanke­lijk­heid, maar vragen toch ieder een eigen rijpingstijd. De eerste zeven jaar staan in het teken van de opbouw van een gezond lichaam, in de tweede zeven jaar staat de ontwikkeling van een rijk zielenleven centraal en in de derde periode van zeven jaar staat de ontwikkeling van de geest centraal.

Natuurlijk doorloopt ieder kind deze ontwikkelingsfasen. Elke fase vraagt om een specifieke benadering van het kind en ontwikkelingsstof waar het kind wat mee kan. In de omgang met de kinderen en het spel- en activiteitenaanbod zoeken we daarom aansluiting bij de ontwikkelingsfase waarin het kind zich bevindt. De groepsindeling is dan ook op afgestemd op deze ontwikkelingsfasen. In het kinderdagverblijf zijn alle kinderen onder de 7 jaar en werken we in een verticale groep. In de BSO zal de groepsindeling zo zijn dat kleuters en eersteklassers (van 4 – 7 jaar) bij elkaar in een groep zitten. In de ndere BSO groep zitten de kinderen vanaf 8 jaar.

Volgend op de schooldag (voor BSO)

Waar de schooldag zeer gestructureerd verloopt, is de middag op de opvang veel losser. Net als thuis is er geen programma waar iedereen aan mee moet doen. Je mag met van alles meedoen, maar je kunt vooral ook lekker je gang gaan. We doen de schooldag dus niet over, maar zoeken steeds naar een passend vervolg op de schooldag.